R.A. Oirschot, inv. nr. 141 B, periode 1 jan. 1573 t/m 31 december 1573.

 

222-v)
Henrick zoon Henrick van den Snepschuet verkoopt de helft van een akker die hij heeft geerfd vanwege het overlijden van zijn neef Thomas Henricks, gelegen in Oirschot herdgang Hedel, b.p. Jan Willems Smeijers, Cornelis de zangmeester, Denis Cornelis,
223)
het erf van de koper. Het perceel wordt nu verkocht aan Martenen Thomas van Beeck en de verkoper belooft alle lasten van zijn kant af te handelen, behalve een jaarlijkse pacht van 7 lopen rogge aan heer Jan Vogels. Datum 9 maart 1573, getuigen Crom, Vlueten en Brouwere.

245)
Marten zoon wijlen Henrick Mercks en Henrick zoon wijlen Henrick van den Snepscheut als man van Aleijten dochter van wijlen Mathijs Henricks, hebben een boedelverdeling gemaakt inzake de navolgende goederen die ze samen toebehoren.
Bij deze verdeling krijgt Marten een akker genoemd de Heijcamp, gelegen in Oirschot herdgang Verrenbest, b.p. Henrick Schutkens, Henrick Thomaes, Goessen Peter Corstens, de gemeijnte. Verder krijgt hij een stuk land genoemd den Meijskens akker, ter zelfder plaatse aan het land van genoemde Marten gelegen. Verder krijgt hij een stuk land genoemd het Sonderen, ook aan het erf van genoemde Marten gelegen. Verder krijgt hij een jaarlijkse rente van 20 stuivers te ontvangen van Peter Janssn. van den maerselaer en nog 10 gulden eenmalig te ontvangen van genoemde Henrick. Uit dit deel moet jaarlijks een lopen rogge worden betaald aan het kapittel van Beeck en nog een ouden groten grondchijns.
Bij deze verdeling krijgt Henrick het huis met tuin, gelegen te Oirschot herdgang Verrenbest, b.p. genoemde Marten zelf, Geerit Rutgers van den Laeck, de gemeijnte. Verder krijgt hij een
245-v)
stuk land genoemd die Gemeijne Braeck, ter zelfder plaatse gelegen, b.p. genoemde Marten, Jan Joosten, Henrick Willems, Arien Henrick Thomaes. Uit dit bezit moet jaarlijks een halve braspenning worden betaald en nog een penning grondchijns.
Genoemde verdelers beloven elkaar deze boedelverdeling altijd gestand te zullen blijven doen en ieder de lasten op zijn deel zodanig af te handelen dat het deel van de ander daarvoor gevrijwaard zal blijven. Indien er op iemands deel meer lasten zouden blijken te drukken dan zullen ze die gemeenschappelijk voor hun rekening nemen. Datum 26 maart 1573, getuigen Vlueten en Brauwere.

Marten zoon wijlen Henrick Mercks verkoopt de helft van een stuk land genoemd die Gemijne Braeck gelegen in Oirschot herdgang Verrenbest, b.p. het erf van de koper, Peter Jans Scremers, Henrick Willems, Adriaen Henrick Thomaes.
In marge :
Met instemming van partijen doorgehaald.
246)
Het perceel wordt nu verkocht aan Henrick zoon wijlen Henriks van den Snepscheut en de verkoper belooft alle lasten van zijn kant af te handelen, behalve een halve braspenning per jaar en een penning grondchijns. Datum en getuigen als boven.

Henrick zoon wijlen Henricks van den Snepschuet heeft als schuldenaar beloofd om aan Martenen Henrick Mercks een bedrag van 56 gulden te betalen per a.s. Maria Lichtmisdag over een jaar. Datum en getuigen als boven.
In marge :
Doorgehaald als boven.

250)
Marten zoon wijlen Henrick Mercks als man van Elisabeth dochter van wijlen Niclaes Houtlocks voor wat betreft een helft en Henrick zoon wijlen Henrick van den Snepscheut als man van Aleijt dochter van wijlen Mathijs Henricks voor wat betreft de andere helft, verkopen een akker genoemd de Gemeijne Braecke, gelegen in Oirschot herdgang Verrenbest, b.p. Peter Jan Scremers, Jan Joosten, Henrick Willem Andriessen, Adriaen Henrick Thomaessen. Dit bezit wordt nu verkocht aan Jan zoon Henrick Willem Andriessen en de verkopers beloven alle lasten van hun kant af te handelen, behoudens een jaarlijkse rente van een braspenning. Datum 13 april 1573, getuigen Ven en Vlueten.

Jan zoon Henrick Willem Andriessen heeft als schuldenaar beloofd om aan Maerten Henrick Mercks een bedrag van 26 gulden te betalen per a.s. Maria Lichtmisdag over een jaar. Datum 13 april 1573, getuigen Ven en Vlueten.

Henrick zoon wijlen Henrick van den Snepschuet heeft beloofd om Jan Henrick Willems goede garantie en waarborg te geven voor de helft van de akker genoemd de Gemeijn Braeck die door hem aan genoemde Jan
250-v)
vandaag is verkocht, waar bij Jan als onderpand een akker heeft gegeven die genoemde Henrick Henricks van den Snepschuet beleend heeft aan de kerkmeesters van Best en wel voor een bedrag van 77 gulden waarmee Jan een zekerheid heeft gekregen om daaruit zijn koopsom te mogen verhalen, dan wel uit de koopsom zelf van 77 gulden. Datum 13 april 1573, getuigen Ven en Vlueten.